Het concept van de 'attentiesteen' is bedacht door Steven Woudstra uit Schijndel. Inmiddels zijn er meer dan 250 van deze bijzondere tegels geplaatst in Nederland, België en Duitsland. Het doel van deze attentiestenen is bezoekers even stil te laten staan bij (verdwenen) erfgoed. Via een QR-code op de steen worden bezoekers doorgelinkt naar de website www.bezoekdelangstraat.nl die een fiets- en wandelroute beschrijft genaamd 'Op pad in de historische Langstraat'. Drie van de 24 tegels liggen in Sprang-Capelle.
Door René Klerx
In Sprang stond vroeger het oude kasteel 'Boschhuizen', waarschijnlijk genoemd naar het bos dat eromheen lag. Het behoorde toe aan de ambachtsheren en werd rond 1320 gebouwd, vermoedelijk door 'Foy van Wielensteijn', Heer van Sprang, een adellijke persoon die veel aanzien genoot en een belangrijke rol speelde in de regio. Het kasteel was een markant bouwwerk aan de 'Boschhuysensesteegh'. Het kasteel was oorspronkelijk eigendom en werd bewoond door het 'geslacht Van Boshuysen', dat zou afstammen van Willem, de broer van Nicolaas Craoul, graaf van Grunes. Deze graaf was een belangrijke Franse edelman en werd in 1346 door de Engelsen gevangen genomen in Caen, Normandië. Het was diens kleinzoon Willem, die door aankoop of erfenis eigenaar van het kasteel werd en vervolgens de naam 'Boschhuizen' aannam. Rond 1400 kwam het kasteel in handen van het 'geslacht Van der Duyn', door het huwelijk van Adam van der Duyn met Christina van Wielesteijn, erfdochter van Sprang. Gedurende 400 jaar resideerde het 'geslacht Van der Duyn' in het kasteel als Heren van Sprang. In 1654 was het eigendom van Jacob de Jonge, Heer van Valckevoort (bij Doeveren).
Het wapen van Sprang-Capelle is samengesteld uit de familiewapens van het geslacht Van der Duyn (linkerdeel) en het geslacht Wendelnesse (rechterdeel).
Belang
Kasteel 'Boschhuizen' was omgeven door een brede slotgracht, die diende als een extra beschermingsmaatregel. De ligging van het kasteel en de aanwezigheid van de slotgracht met ophaalbrug gaven het belang aan dat werd gehecht aan veiligheid en onafhankelijkheid. De locatie op de 'Boschhuysensesteegh' was strategisch gekozen, waardoor de Heer van Sprang controle had over de omliggende gebieden en handelsroutes. Versterkte bouwwerken boden niet alleen bescherming, maar gaven ook prestige en gezag aan de adel en andere machtige families die er woonden. In de lange periode dat het kasteel bestond, werden verschillende Heren van Sprang op het kasteelterrein begraven. Het kasteel was een familiedomein, waar generaties van dezelfde adellijke familie een band hadden met de locatie. De Heren van Sprang leefden er, heersten over de omliggende gebieden en vonden uiteindelijk ook hun laatste rustplaats binnen de muren van het kasteel. Deze begrafenisplek benadrukte de emotionele en symbolische waarde die deze plek had voor de bewoners.
Neergang
Het kasteel werd omstreeks 1790 afgebroken. De afbraak vond plaats omdat de defensieve functie van het kasteel niet langer nodig was en de instandhouding te kostbaar werd. De slotgracht werd in 1825 gedempt, deze gracht omringde het gehele kasteelterrein. Het perceel van het kasteel 'Boschhuizen' lag op de hoek Eikenlaan – Molenstraat, met rechtsachter op het terrein het kasteelgebouw en links daarvan de toren. Toegangspoort en ophaalbrug waren gelegen aan de Molenstraat. In de tijd dat er nog geen huizen stonden, groeide er op de aanwezige akkers een grote cirkel van riet, die maar niet te verwijderen was. Het moet de rietkraag van het kasteel geweest zijn. Tussen 1950 en 1990 was op het kasteelterrein een kinderspeelplaats. Tijdens de bouw van de huizen aan de Eikenlaan werd aan de Molenstraat de slotgracht gevonden met daarin een houten roeiboot.