Grappig om te zien: toeristen die niks vermoedend bij ons door de straat lopen en dan elkaar aanstoten, hun camera’s tevoorschijn halen en de Sint-Jan beginnen te fotograferen. Het is ook inderdaad een prachtig gebouw. En niet alleen Indrukwekkend aan de buitenkant maar ook vanbinnen. Het is niet voor niks dat er rondleidingen worden gegeven.
Ik herinner me een rondleiding door een gids, een jaar of zeven geleden. We kregen uitleg over het gebouw, het altaar, de meubels, de beelden en schilderijen, de koffiekamer, zelfs de misgewaden van de priesters kregen we te zien. Alleen de klokkentoren mochten we niet in. Daar stonden steigers omheen. We konden toen wel met een bouwlift aan de buitenkant omhoog tot bij de klokken. Het uitzicht was adembenemend. Je kijkt nooit op die manier over Waalwijk. Er zijn wel een paar hoge flats, maar als je daar niet in woont dan heb je daar niks te zoeken.
De steigers rond de klokkentoren zijn al jaren verdwenen. Ik was dan ook in de veronderstelling dat de toren geopend is voor bezoekers. Laatst wilde ik die ervaring nog eens beleven, maar hoorde van een dame die er rondliep dat de toren gesloten is. Dan maak je de deur toch even open, opperde ik. Nee, mag niet van meneer pastoor!
Dat is echt een gemiste kans. Het zou een prachtige aanvulling zijn op de rondleiding: het betreden van een honderd jaar oud trappenhuis, met als beloning: een uitzicht om van te dromen op ons mooie Waalwijk. Ik zou zeggen: meneer pastoor, open de poort!
Ferdi Labordus